
Horizontaal:
1. Controleert een paard, rit te paard in een bos
2. Moet zijn houding te paard controleren, wild varken
3. Uitroep van pijn, merk van ruiterschoenen, moeder
4. Italiaanse stad, (uitdrukking) … en paard noemen
5. (Zegswijze) gauw … zijn paard zitten, paardenbit met ringen
6. Lederen halsjuk, einde
7. Houtige gewassen
8. Bevel, boerendieren, Europees Kwaliteitsrundvlees (afk.)
9. In memoriam (afk.), toestaan of toestemming geven
10. Een hoef is een grote …, 10 cm, bevel
11. Bijbelboek Ruth (afk.), graasplaats
12. Bijbelse vrouw, ronde delen in paardenvoer
13. Werpstrik, bevel aan hond
Verticaal:
1. Papegaai, landbouwwerktuig, houdt het zadel op de plek
2. Gecastreerde hengst, kwaal aan de luchtwegen van een paard,vader
3. Titanium (afk.), slagader, belangrijk voedsel voor paarden
4. Paard dat stapt, middel om hoeven in te smeren
5. Ere wie … toekomt, iets slechts, buiten westen
6. Optisch hulpmiddel, oud muziekinstrument, wereldoorlog(afk.)
7. Droogvloer, ondergrondse delen van een huis
8. Deel van een tenniswedstrijd, wijfjeshert, Arabische titel
9. Ruimte Vlaanderen (afk.), aangespannen paardensport, kleed voor een paard
10. (Uitdrukking) … over het paard tillen, duiden het menparcours aan
11. Torenommegang, na het genoemde, sint (afk.)