Afbeelding
SVETLANA PETROVA

De Konik

Misschien heb je weleens een kudde Konikpaarden gezien in een van de natuurgebieden waar ze als begrazer zijn uitgezet. Maar net zo goed kan het dat je er weleens één op de manege hebt gezien! Deze leuke kleine paardjes zijn overal voor in.

Tekst: Sanna van den Akker | foto's: Istock

Naam en oorsprong

Konik betekent ‘klein paard’ in het Pools. In het oosten van Europa leefden tot halverwege de achttiende eeuw nog wilde paarden: de Tarpans. De laatste wilde Tarpans werden in 1780 in Polen gevangen en in wildparken geplaatst. Helaas bleven ze daar niet: begin negentiende eeuw werden ze verspreid onder boeren die ze kruisten met hun eigen paarden. Zo ontstond een betrouwbaar werkpaard, maar stierf de Tarpan uit. Toch was nog niet alle hoop verloren. Ruim een eeuw later begonnen de Polen met een speciaal fokprogramma, om te proberen de Tarpan terug te fokken. Men slaagde erin een type paard te fokken dat uiterlijk veel op de Tarpan leek. En dat is dus de Konik. Hoewel Koniks eruit zien als Tarpans, zijn ze innerlijk anders. De Tarpan was een echt wild paard, dat zich niet zomaar liet berijden. De Konik daarentegen heeft een fijn meewerkend karakter. Net als de Tarpan is de Konik een taai, hard paardenras dat zich prima redt in de natuur. 

Begrazing

Vanaf 1982 werden er Konikpaarden in Nederland ingevoerd, voornamelijk om als begrazers te worden ingezet in natuurgebieden. En dat deden ze uitstekend! Zo goed zelfs dat er al gauw steeds meer bijkwamen. Ze zijn namelijk erg vruchtbaar. Een deel van de jonge aanwas werd daarom verplaatst naar andere gebieden, waardoor de Konik nu in Nederland een bekende verschijning is geworden. Sommige jonge paarden werden gevangen en verkocht als rijpaard. Helaas waren het er nog steeds teveel en komen met name in de Oostvaardersplassen veel paarden om het leven in de natuur, omdat er niet voldoende eten is. 

Uiterlijk

De Konik herken je gemakkelijk. Het is een klein, pony-achtig paard met een schofthoogte zo tussen de 1.30 en 1.40. De meeste Koniks zijn wildkleurig, licht- tot donkergrijs met een aalstreep over de rug en soms ook andere ‘wilde’ kenmerken zoals 'zebrastrepen' (wildstrepen) op de benen en een donker hoofd. Sommige zijn wat roder, geler of bruiner van kleur en zelfs een schimmel komt een enkele keer voor. De benen zijn hard en droog, het hoofd is lang en breed met een lichte ramsneus en mooie, intelligente ogen. Al met al een opvallende verschijning die je zelfs in de sport kunt tegenkomen. 

Karakter

Omdat de Konik meestal opgroeit zonder mensen, in een familiekudde, is hij enorm sociaal vaardig met andere paarden. Maar als je zo’n wild paard in handen krijgt, heb je natuurlijk zelf wel veel ervaring nodig voordat je met zo’n dier aan het werk kunt. Het kan dan ook veel tijd kosten voor het een betrouwbaar rijpaard is. Maar als dat zover is, heb je een superharde werker die sterk is en bijna nergens voor terugdeinst. Koniks mankeren bijna nooit iets en kunnen gemakkelijk het hele jaar door in een groep buiten staan. Dat hebben ze ook veel liever dan een stal! 

Waar kun je Koniks zien? 

Er zijn verschillende natuurgebieden waar je Koniks kunt zien. Natuurlijk op een afstandje: Het zijn wilde paarden, dus je kunt ze niet gaan aaien. De bekendste plaatsen zijn Millingerwaard (Gelderland), Horsterwold (Flevoland), Slikken van de Heen (Zeeland)
Noordwaard Polder en  Munnikenland (Noord-Brabant).

Een intelligent, stoer paardje
De Konik heeft verschillende tinten wildkleur